Werkwoordspelling groep 7/8. Werkwoorden met f/v of s/z

Vragen:
1. Reizen - Jan ... vorige week naar Spanje.antwoord (optioneel): reisde
2. Verhuizen - Zijn oma ... vorig jaar naar Spanje.
antwoord (optioneel): verhuisde
3. Vliegen (VT) - Hij ... in drie uur naar Barcelona.
antwoord (optioneel): vloog
4. Genieten (VT) - Jan ... samen met zijn oma van een geweldige week.
antwoord (optioneel): genoot
5. Geloven (VT) - Ze ... allebei dat dit een geweldige vakantie was!
antwoord (optioneel): geloofden
6. Blozen (VT) - Ze ... allebei van plezier.
antwoord (optioneel): bloosden
7. Reizen - Na een fantastische week is Jan gisteren weer naar huis ...
antwoord (optioneel): gereisd
8. Vinden (TT)- Jan ... het heerlijk om aan zijn ouders te vertellen hoe de vakantie was.
antwoord (optioneel): vindt