Groep 4 Taal Actief thema 4 woordenschat

Groep: Groep 3/4
Vakgebied: Taal
Labels: Groep 4 Taal Actief thema 4 woordenschat
Datum: 25-11-'20
< Terug naar overzicht
Vakgebied: Taal
Labels: Groep 4 Taal Actief thema 4 woordenschat
Datum: 25-11-'20
< Terug naar overzicht
Vragen:
1. Noem een levensfaseantwoord (optioneel): baby;peuter;schoolkind;volwassene;bejaarde
2. Noem een beroep waar een uniform wordt gedragen.
antwoord (optioneel): politie;polietie;polietsi;polietsie;agent;politsie;poolit;politsi;polite;piloot;politci;poliet;brandweer
3. Waar of niet waar: Als je iets op zak hebt, heb je iets bij je
antwoord (optioneel): waar;ja
4. Iets wat je hebt meegemaakt, heet een ....
antwoord (optioneel): ervaring;erfaaring;er faaring
5. Waar of niet waar: morgenochtend is al geweest.
antwoord (optioneel): niet waar;nietwaar
6. Als ik iets vertel aan veel mensen tegelijk, heet dat een
antwoord (optioneel): toespraak;toetspraak;toesprak;toesspraak
7. Waar of niet waar: algauw = meestal
antwoord (optioneel): niet waar, algauw = snel, meestal = gewoonlijk;nietwaar;niet waar
8. Waar of niet waar. Dit staat gerangschikt van jong naar oud? Peuter - bejaarde - volwassene
antwoord (optioneel): niet waar;Niet waar;nietwaar;niet waar
9. Als ik iets schrap, dan ...
antwoord (optioneel): streep ik iets door;kras ik het door;streep je iets door;dan streep ik door
10. Waar heb jij veel geduld voor?
antwoord (optioneel): nergens;eenrei;nergens voor;zwemen;wiefie;ales;pakjes avond;niks;wievie;pakjes afont;toets;voor pakjesaafont;schri;wachten;ijs eten;voetbal